Kwintencirkel uitgelegd: zo gebruik je hem bij het maken van beats

De kwintencirkel ziet er op het eerste gezicht uit als iets uit een muziekschoolboek: een rondje met letters, kruisen en mollen. Toch is het een van de handigste schema's die je als producer kunt kennen. Je ziet er in één oogopslag welke toonsoorten familie van elkaar zijn, welke akkoorden in je toonsoort passen en welke samples goed samen klinken.

In dit artikel leggen we de kwintencirkel uit zonder ingewikkelde theorie, en laten we zien hoe je hem gebruikt als je beats maakt.

Wat is de kwintencirkel?

De kwintencirkel is een cirkel met alle twaalf majeurtoonsoorten, zo geordend dat elke stap met de klok mee een kwint hoger ligt. Een kwint is een afstand van zeven halve tonen, bijvoorbeeld van C naar G. Van G ga je weer een kwint omhoog naar D, en zo verder tot je na twaalf stappen weer bij C uitkomt.

Met de klok mee, beginnend bovenaan, ziet de buitenste ring er zo uit:

C, G, D, A, E, B, F# (Gb), Db, Ab, Eb, Bb, F en dan weer C.

In de binnenste ring staat bij elke majeurtoonsoort de parallelle mineur: de mineurtoonsoort met precies dezelfde noten. Bij C majeur is dat A mineur, bij G majeur E mineur, enzovoort.

De kwintencirkel als tabel

Liever een lijstje dan een rondje? Dit is dezelfde cirkel, met de klok mee vanaf C. In de laatste kolom zie je hoeveel kruisen (#) of mollen (b) de toonsoort heeft.

Majeur Parallelle mineur Voortekens
C Am geen
G Em 1 kruis
D Bm 2 kruisen
A F#m 3 kruisen
E C#m 4 kruisen
B G#m 5 kruisen
F# / Gb D#m / Ebm 6 kruisen / 6 mollen
Db Bbm 5 mollen
Ab Fm 4 mollen
Eb Cm 3 mollen
Bb Gm 2 mollen
F Dm 1 mol

Onderaan de cirkel komen de kruisen en mollen elkaar tegen. F# majeur en Gb majeur klinken op een piano of in je DAW precies hetzelfde, alleen de naam verschilt.

Zo lees je de kwintencirkel

Je hoeft maar drie dingen te onthouden:

  • Buren zijn familie. Twee toonsoorten die naast elkaar staan, verschillen maar één noot. C majeur en G majeur delen zes van hun zeven noten: G heeft een F# waar C een F heeft.
  • Met de klok mee komt er een kruis bij, tegen de klok in een mol.
  • Hoe verder weg, hoe minder gemeen. Toonsoorten die tegenover elkaar staan, zoals C en F#, hebben de minste noten gemeen en botsen het hardst.

4 manieren om de kwintencirkel te gebruiken bij het maken van beats

1. Vind de akkoorden van je toonsoort in één blik

Dit is de handigste truc. Zoek je toonsoort op de cirkel en pak de buren links en rechts erbij. Neem je ook de drie mineurakkoorden uit de binnenste ring mee, dan heb je zes van de zeven akkoorden van je toonsoort.

Voorbeeld in C majeur: buitenring F, C, G en binnenring Dm, Am, Em. Dat zijn de akkoorden IV, I, V, ii, vi en iii. Het zevende akkoord, B verminderd, staat niet op de cirkel, maar dat gebruik je in beats ook het minst.

Werk je in A mineur? Dan gebruik je precies hetzelfde stukje van de cirkel. Am is dan je thuisakkoord, met Dm en Em als iv en v, en F, C en G als VI, III en VII. Wil je alle akkoorden per toonsoort op een rij, met de Romeinse cijfers erbij? Lees dan welke akkoorden passen bij elkaar of bekijk de pagina akkoorden per toonsoort.

2. Maak progressies die naar huis trekken

Stappen tegen de klok in klinken als een sterke, logische beweging, omdat de grondtoon steeds een kwint zakt. Daarom voelt een rijtje als Am, Dm, G, C zo natuurlijk: je loopt over de cirkel richting C en komt daar tot rust. In Romeinse cijfers is dat vi, ii, V, I.

In mineur werkt hetzelfde idee. In A mineur zakt Dm, G, C, F steeds een kwint, dus het voelt alsof de akkoorden elkaar een duwtje geven. Zet er aan het eind een E majeur achter en je valt hard terug op Am, ook een kwint omlaag.

3. Kies een toonsoortwissel die past

Wil je dat het laatste refrein of de bridge omhoog gaat? Een wissel naar een buur op de cirkel voelt soepel, omdat bijna alle noten hetzelfde blijven. Hoe verder je over de cirkel springt, hoe groter het contrast. De bekende popwissel van een halve toon omhoog, bijvoorbeeld van C naar Db, ligt ver weg op de cirkel. Daarom klinkt die zo opvallend.

Moet een beat naar een andere toonsoort omdat hij niet bij de stem past? Dan kun je hem ook transponeren.

4. Match samples en loops

Samples in dezelfde toonsoort of in een buurtoonsoort klinken meestal goed samen. Een loop in G majeur past dus vaak bij een melodie in C majeur of D majeur, of bij hun parallelle mineurs. Een loop in F# majeur bij een beat in C majeur gaat vaak schuren.

DJ's gebruiken voor hetzelfde idee het Camelot-wiel. Dat is eigenlijk de kwintencirkel met nummers in plaats van namen: 8B is C majeur, 9B is G majeur, 8A is A mineur. Elke stap van één nummer is één stap op de kwintencirkel. Meer daarover lees je in harmonisch mixen met het Camelot-wiel.

Bonus: de volgorde van de kruisen en mollen

De kwintencirkel vertelt je ook in welke volgorde de kruisen en mollen erbij komen. Handig als je bladmuziek leest of een toonladder wilt uitschrijven.

  • Kruisen: F#, C#, G#, D#, A#, E#, B#. G majeur heeft dus alleen F#, D majeur F# en C#.
  • Mollen: Bb, Eb, Ab, Db, Gb, Cb, Fb. Dat is precies de omgekeerde volgorde. F majeur heeft alleen Bb, Bb majeur heeft Bb en Eb.

Stappenplan: de kwintencirkel gebruiken bij je volgende beat

  1. Zoek de toonsoort. Begin je op een sample of een bestaande beat? Gooi het bestand in Beat Lab. Je krijgt in je browser een schatting van de toonsoort en de BPM.
  2. Zoek die toonsoort op de cirkel. Pak de buren links en rechts en de drie mineurakkoorden uit de binnenring. Dat is je akkoordenvoorraad.
  3. Kies twee tot vier akkoorden. Probeer een paar stappen tegen de klok in voor een loop die logisch naar huis loopt.
  4. Laat je 808 of bas de grondtonen spelen. Zo klinkt het onderin meteen strak.
  5. Check extra samples. Kies loops uit dezelfde toonsoort of een buur, en vertrouw daarna op je oren.

Geen zin om alles zelf in de piano roll te zetten? Met de gratis akkoorden generator kies je een sfeer, majeur of mineur, je toonsoort en je tempo. Je luistert direct in je browser en downloadt de MIDI met akkoorden en een baslijn, klaar voor FL Studio, Logic Pro of Ableton.

Wil je liever stap voor stap leren hoe je van een leeg project naar een complete beat gaat? Het Stappenplan: Beginnen met Beats Maken neemt je mee, zonder onnodig ingewikkelde theorie.

Veelgestelde vragen

Waarom heet het de kwintencirkel?

Omdat elke stap met de klok mee een kwint hoger ligt. Na twaalf kwinten kom je weer uit bij de toonsoort waar je begon, waardoor het een cirkel wordt. In het Engels heet hij de circle of fifths.

Moet ik de kwintencirkel uit mijn hoofd kennen om beats te maken?

Nee. Veel producers maken goede beats op gehoor. Maar als je de cirkel een beetje kent, vind je sneller akkoorden die werken en weet je beter waarom iets schuurt.

Wat is het verschil tussen de kwintencirkel en het Camelot-wiel?

Het is hetzelfde idee. Het Camelot-wiel vervangt de namen van de toonsoorten door een nummer en een letter (A voor mineur, B voor majeur). DJ's gebruiken het vooral om tracks te mixen, producers kunnen het net zo goed gebruiken voor samples.

Zijn F# majeur en Gb majeur hetzelfde?

Ze klinken in je DAW precies hetzelfde. Het verschil zit alleen in hoe je de noten opschrijft: met zes kruisen of met zes mollen.

Werkt de kwintencirkel ook voor mineurtoonsoorten?

Ja. Kijk naar de binnenring. Elke mineurtoonsoort deelt zijn noten met de majeurtoonsoort ernaast, dus je gebruikt hetzelfde stuk van de cirkel. Alleen je thuisakkoord is anders.

Meer gratis hulp voor je beats, zoals een batch BPM-zoeker, master-checker en audio converter? Bekijk al onze gratis muziektools.

Terug naar blog

Reactie plaatsen